Geld afkomstig van Canadees bedrijf?
Publicatiedatum 26-03-2025, 16:47
Gerechtshof Den Haag, 27 september 2023 (publicatie 26 februari 2024), ECLI:NL:GHDHA:2023:2962
In de woning van de verdachte wordt € 217.115 aan contanten gevonden achter een rooster van het ligbad en in het boxspringmatras. De verdachte geeft een uitgebreide verklaring, maar voldoet deze aan de eisen?
Het geld werd in meerdere bundels in plastic tassen gevonden en bestond onder andere uit 123 biljetten van € 500,- en 34 biljetten van € 200,-. Wegens onder meer het grote verschil tussen de legale inkomsten en het gevonden geldbedrag is er sprake van een witwasvermoeden.
De verdachte heeft ten aanzien van € 36.700 verklaard dat het spaargeld betreft. Een deel is namelijk afkomstig uit een erfenis en een deel is afkomstig uit de verkoop van verschillende voertuigen. Hiervoor heeft de verdachte ook RDW-gegevens overlegd waaruit blijkt dat de verkopen hebben plaatsgevonden. Deze verklaring is dan ook voldoende concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk.
Ten aanzien van € 180.000 heeft de verdachte verklaard dat dit geld voortkomt uit zijn werkzaamheden voor een Canadees bedrijf. Alleen stond dit bedrijf nog niet ingeschreven bij de KvK. De werkzaamheden zijn gestart middels een advertentie op Marktplaats, zo is hij in contact gekomen met een tussenpersoon. Deze tussenpersoon heeft zijn werkzaamheden gestaakt en de verdachte heeft deze taken op verzoek van het bedrijf overgenomen. Om contact te onderhouden met het bedrijf beschikte de verdachte over een tablet en een speciale portal. Tot slot was het contante geld de dag ervoor opgehaald bij verschillende resellers en moest hij dit thuis bewaren tot hij nadere instructies had ontvangen over hoe het geld overgemaakt moest worden naar het bedrijf.
Deze verklaring voldoet aan de gestelde eisen, maar wordt bij nader onderzoek door het OM ontkracht. Zo was op de laptop van de verdachte geen link met het bedrijf te vinden, ook geen facturen, en was op één tablet de speciale portal niet gedownload en op de andere werkte de inloggegevens van de verdachte niet. Daarnaast kende het bedrijf in Canada de verdachte niet en stonden er ook geen vorderingen op de verdachte open.
Ondanks het bovenstaande wil het gerechtshof op grond van de door de verdediging overgelegde screenshots wel aannemen dat de verdachte enige werkzaamheden heeft verricht voor het bedrijf. Alleen wil de verdachte niks verklaren over wie de resellers zijn en hoeveel geld er is geïncasseerd per reseller. Het openbaar ministerie heeft hier dan ook geen nader onderzoek naar kunnen verrichten. Daarnaast acht het gerechtshof het onaannemelijk dat een (Canadees) bedrijf de verantwoordelijkheid voor het ophalen en het vervolgens overmaken van een aanzienlijk bedrag van € 180.000,- aan de verdachte zou geven zonder hier vooraf duidelijke afspraken over te hebben gemaakt. Het kan dan ook niet anders dan dat geld middellijk of onmiddellijk uit enig misdrijf afkomstig is en dat de verdachte dat wist.
Het is dus van belang om elke verklaring los te beoordelen op de vereisten van concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Vervolgens moeten de verklaringen die hieraan voldoen ook onderzocht worden om zo de herkomst uit te sluiten.